Je doet de voordeur open en je hond schiet naar buiten. Binnen een paar meter staat de lijn strak.
Als dit iedere wandeling gebeurt, is het logisch dat je gaat zoeken naar een betere manier om je hond te leren lopen aan de lijn.
Bij trekken aan de lijn ligt de nadruk meestal op techniek. Stoppen wanneer de lijn strak staat, omdraaien, belonen wanneer de hond naast je loopt of oefenen op aandacht. Allemaal dingen die je een hond prima kunt leren. Ik zou alleen eerst willen weten met welke hond je op dat moment naar buiten gaat.
Niet iedere trekkende hond trekt om dezelfde reden
Een hond die alleen de eerste tien minuten als een bezetene vooruitloopt, laat iets anders zien dan een hond die pas in de lijn gaat hangen zodra hij een andere hond ziet. Misschien trekt jouw hond vooral op onbekende plekken, terwijl wandelen in zijn eigen buurt prima gaat. En er zijn natuurlijk ook honden die simpelweg nooit goed geleerd hebben hoe wandelen aan een lijn werkt.
Kijk daarom eens naar de momenten waarop het gebeurt. Is er vooral opwinding? Zie je spanning? Wil je hond overal zo snel mogelijk naartoe? Kan hij onderweg rustig snuffelen of is hij voortdurend bezig met wat er verderop gebeurt?
“Trekken aan de lijn” is uiteindelijk alleen een beschrijving van wat je ziet. Het vertelt nog niet waarom je hond het doet.
Geef een hond ook de ruimte om hond te zijn
Wij mensen wandelen behoorlijk doelgericht. We vertrekken van huis, lopen een rondje en komen weer terug. Honden bewegen uit zichzelf heel anders. Ze lopen vooruit, stoppen, ruiken, gaan een paar meter terug en blijven soms eindeloos hangen bij een geur waar wij helemaal niets bijzonders aan ontdekken.
Een wandeling is voor een hond voor een groot deel informatie verzamelen.
Daarom kijk ik ook naar de lijn waarmee een hond wordt uitgelaten. Aan een heel korte lijn staat een hond sneller aan het einde ervan, zeker wanneer zijn natuurlijke tempo hoger ligt dan dat van jou. Op rustige plekken kan wat meer lijnlengte daarom prettig zijn. Je hond krijgt de mogelijkheid om zijn tempo iets te variëren en te snuffelen zonder dat er onmiddellijk spanning op de lijn komt.
De omgeving bepaalt natuurlijk hoeveel ruimte veilig is. In een drukke winkelstraat heb je iets anders nodig dan tijdens een wandeling door het bos. Hetzelfde geldt voor een tuig: dat moet goed passen, nergens knellen en voldoende bewegingsvrijheid geven.
Lijntraining blijft gewoon nuttig
Soms is er geen ingewikkelde verklaring nodig en heeft een hond simpelweg nog niet geleerd wat je van hem verwacht. Dan mag je daar natuurlijk mee aan de slag.
Oefen bij voorkeur op een plek waar je hond nog in staat is om iets te leren. Beloon wanneer de lijn slap is en wees duidelijk en consequent in wat je van hem verwacht. Als je iedere twee meter opnieuw stil moet staan omdat je hond direct weer naar het einde van de lijn schiet, zou ik alleen niet eindeloos dezelfde oefening blijven herhalen.
Dan wil ik terug naar het totaalplaatje.
Misschien is de omgeving nog te moeilijk. Misschien vraag je te veel in één keer. Misschien heeft je hond meer bewegingsruimte nodig. En misschien blijkt dat hij überhaupt veel te weinig slaapt en iedere wandeling al behoorlijk vol begint.
Een fijne lijn, een goed passend tuig en goede training kunnen het wandelen een stuk prettiger maken. Maar soms zit de grootste winst ergens waar je hem in eerste instantie helemaal niet zoekt.
Een ontspannen wandeling kan zelfs thuis al beginnen
Dan begint een ontspannen wandeling niet bij de voordeur, maar bij wat er in de uren daarvoor is gebeurd. Dan begint een ontspannen wandeling niet bij de voordeur, maar bij wat er in de uren daarvoor is gebeurd.
In mijn begeleiding werk ik daarom veel met aan-uitblokken. Heel simpel gezegd betekent dit dat periodes waarin een hond actief is, worden afgewisseld met periodes waarin er ook daadwerkelijk niets van hem wordt gevraagd. Na een wandeling volgt bijvoorbeeld een blok waarin de hond thuis kan slapen en herstellen, in plaats van dat het volgende programmaonderdeel alweer klaarstaat.
Dat klinkt misschien vanzelfsprekend, maar in veel huishoudens gebeurt er gedurende een dag behoorlijk veel. Wandelen, spelen, mee in de auto, bezoek, kinderen die thuiskomen, een hond die overal achteraan loopt en tussendoor nog wat trainen. Een hond kan best regelmatig ergens liggen en toch nauwelijks langere tijd echt herstellen.
Met aan-uitblokken maak je die afwisseling bewuster. Tijdens een aan-blok is er activiteit en mag er van alles gebeuren. Daarna volgt een uit-blok waarin je hond weet dat er niets van hem verwacht wordt. Geen spel, geen training en niet steeds reageren op alles wat er in huis gebeurt. Zeker honden die uit zichzelf moeilijk rust pakken, kunnen daar veel baat bij hebben.
Hoe lang zo’n blok duurt en hoeveel activiteit een hond aankan, verschilt natuurlijk per hond. Een jonge hond, een hond die snel overprikkeld raakt of een hond met gedragsproblemen kan iets heel anders nodig hebben dan een volwassen hond die makkelijk zijn rust pakt. Kijk dus vooral naar wat jouw hond laat zien.
En dat is misschien wel de belangrijkste reden waarom ik bij trekken aan de lijn verder kijk dan de wandeling zelf. Je kunt buiten van alles trainen, maar als je hond iedere keer al met een vol hoofd aan die wandeling begint, maak je het jezelf én je hond onnodig moeilijk.
Een ontspannen wandeling begint dus soms gewoon thuis, met een hond die de uren daarvoor voldoende gelegenheid heeft gehad om helemaal niets te hoeven.






Aktie: